Deel
Ga naar beneden
avatar
Admin
Aantal berichten : 62
Registratiedatum : 26-03-18
Profiel bekijkenhttp://bunnydrop.actieforum.com

Bloomkit (Snowdance x Branchtrove)

op wo maa 28, 2018 2:33 pm
13/12/2016


De slanke poes zuchtte geluidloos. Haar korte witte vacht bewoog stilletjes in het lichte briesje dat floot door de vele bomen. Er was een serene stilte in het bos, die het misschien zelfs wat spookachtig maakte. Nu was het nog dag, maar later, als het nacht werd, kon je in de lange schaduwen van de bomen in het maanlicht vast en zeker de verloren geesten zien van katten lang vergeten. Katten die hier niet meer waren. Katten die hier nooit meer terug zouden komen. Tussen diezelfde bomen wandelde de poes nu, met een langzame maar zekere tred. Haar poten waren het enige geluid in het doodstille bos. Was er geen vogel hier, geen prooi? Stap. Stap. Geen gefluit, geen gescharrel in het struikgewas. Het was alsof elk levend wezen hier wegbleef, van deze kalme en op het eerste zicht aangename plek. De witte poes bereikte al snel haar bestemming: een klein stroompje. Het water kwam van overal en nergens, zo leek het - elke dag opnieuw had ze hem gevolgd, in de hoop de oorsprong of de monding ervan te vinden, maar ze kon uren doorlopen zonder zelfs maar dichterbij te komen. Het oneindige stroompje. Zo had ze het genoemd. Veel anders had ze niet te doen, haar dagen vullen was moeilijk want ze leken soms net zo eindeloos als dit beekje. Vroeger had ze nooit genoeg tijd gehad om alles te doen wat ze wou doen, maar hier had ze niets meer te doen. De poes ging dit keer echter niet langs de rand van het water lopen, zoals de voorbije paar dagen. Ze had iets vreemds opgemerkt aan het stroompje, al had ze ergens altijd geweten dat het kon. Misschien daarmee dat ze er zo tot aangetrokken werd.

Ze ging zitten aan de rand van het water, neerzakkend tot haar spierwitte pootjes het water net niet aanraakten. Ze keek neer op haar reflectie in het water, een beetje onduidelijk door de stroming maar al bij al nog relatief zichtbaar. Ze bekeek haar twee verschillende ogen; links amber en rechts blauw. Ze bekeek haar roze neusje en haar snoezige snuitje. Ze opende haar bek, om haar scherpe maar niet zo zeer opvallende tanden te bekijken. Haar keel, haar tong; ze zagen er normaal uit, maar ze hadden nooit normaal gewerkt. Ze hadden de helft van hun eigenlijk bedoeling nooit uitgeprobeerd. Ze probeerde geluid te maken, te spreken of zelfs maar te piepen, iets, maar het was nutteloos. Zelfs hier was ze nog stom, al had ze nooit gedacht dat het kon. Was het niet zo dat iedereen hier genas van al zijn kwaaltjes? Misschien werd het niet gezien als een kwaaltje. Misschien zouden katten die geboren waren zonder een poot ook die poot niet terugkrijgen in het hiernamaals; misschien bleven katten die blind waren voor altijd blind. Blind was ze gelukkig niet, starclan zij dank. Dat had ze niet overleefd, én blind én stom. Het was wel waar dat haar rechteroog minder goed zag, maar blijkbaar was het normaal voor witte katten met blauwe ogen om helemaal blind te zijn, dus dan had ze nog geluk.. Behalve een slecht dieptezicht, had ze er nooit echt last van gehad.

De poes sloot haar ogen en liet haar snuitje zakken op haar poten, tot haar neusje lichtjes het water raakte. Ze handelde op instinct, niet op kennis. Dat had ze vaak gedaan, zeker als kitten.. Dat was de tijd waarnaar ze terugkeerde. Als een tijdmachine, als het ware, al kon ze alleen maar toekijken. Ze zag zichzelf toen ze net geboren werd. Een snoezige, redelijk kleine en slanke witte kitten. Tussen haar siblings lag ze daar, een sneeuwwitte vacht tegen een sneeuwwitte poes. Haar moeder leek veel op haar, maar haar andere familie niet echt. De familie die ze kende, in ieder geval niet. Nu wist ze wel wie haar vader was, maar ze had haar hele jeugd doorgebracht zonder het te weten en zonder het te kunnen vragen. Ze zag hoe haar moeder, Snowdance, haar naam gaf: Bloomkit, genoemd naar haar grootmoeder Snowblossom. Blijkbaar was Snowdance altijd al een moederkindje geweest, en zo ook Bloomkit. Ze had natuurlijk weinig opties, haar vader was niet echt in het verhaal. Ze zag zichzelf haar oogjes opendoen, die toen nog allebei grijsblauw-achtig waren; het blauw dat alleen kittens hadden. Ze keek toe hoe ze zelf had toegekeken hoe haar siblings begonnen te praten en te ontdekken, terwijl ze zelf nooit een geluid kon voortbrengen. Ze groeide op naast haar neefjes en nichtjes, en al snel begonnen ook die te praten, te brabbelen, ook al waren ze jonger dan haar. Eerst dacht haar moeder dat ze misschien gewoon traag was, maar al snel werd duidelijk dat ze nooit zou spreken.

Als Bloomkit had ze er eerst weinig last van gehad. Ze was een vrolijke kitten geweest, enthousiast, al wou ze altijd dat alles ging zoals zij wou - en dan werd ze wel gefrustreerd omdat ze het niet kon uitleggen aan niemand. Ze ontwikkelde haar eigen gebarentaaltje, wat primitief maar het werkte meestal wel. Ze werd nieuwsgieriger nu ze meer haar vragen kon stellen, en ze stelde zo veel vragen. Over Starclan, door naar de hemel te wijzen wanneer er 's nachts sterren waren; over haar vader, door haar oom en haar tante aan te wijzen die zo gelukkig leken samen. Ze speelde veel met haar siblings en met haar neefjes en nichtjes en met alle andere kittens in de Thunderclan: Dangerdance's kittens en de kittens van Cedarflake - en natuurlijk alle andere kittens die er op dat moment waren. Ze wist ze allemaal niet meer, het waren er veel geweest maar voor haar had dat alleen maar meer plezier betekend. Ondanks haar lichte handicap was ze zo'n sociale poes, zo enthousiast, zo leuk in de omgang en een echte schouder om op te huilen - ze was misschien wel de beste luisteraar van Thunderclan, wat wel logisch was natuurlijk. Soms bepaalden je fysieke mogelijkheden je karakter, zo bleek.

De witte poes werd uit de herinnering getrokken. Het voelde als een ijskoude douche en happend haalde ze adem, het enige geluid dat ze maakte de beweging van de lucht; en ze opende haar tweekleurige ogen en keek om zich heen. Het was bijna donker, de zon ging onder als een onheilspellende oproep om een schuilplaats te gaan zoeken. Dit was niet Starclan, dit was dat rare gebied tussen leven en dood; bestaan, maar gewoon zijn. Niet echt zoals wanneer je op het randje van de dood lag, maar datgene waar je naartoe ging na vele manen, wanneer iedereen je vergeten was en je vervaagde uit Starclan. De geesten in de schaduwen van de bomen, zichtbaar vanuit je ooghoekjes al verdwenen ze zodra je ze recht probeerde aan te kijken, waren de miljoenen, miljarden, anderen die hier vastzaten. Die hier bleven. Het enige draadje waarmee ze nog vasthingen, wat hun geesten tegenhield van gewoon te verdwijnen, op te gaan in het niets, waren hun eigen herinneringen. Dit was de plaats voor de katten die vergeten waren maar niet zelf konden vergeten; maar misschien was het tijd dat ze vergat. Ze had hier niets meer te zoeken, niet meer te doen. Ze had haar jeugd herbezocht maar ze had gezien dat ze haar verdere leven niet opnieuw hoefde te beleven.

Want wie weet. Misschien, héél misschien, kreeg je wel een nieuw leven wanneer je eindelijk kon loslaten; misschien werd jij dan ook losgelaten, en kon je geest gespoeld van alle herinneringen terug op aarde neerdalen, in de vorm van een nieuwe kitten, een nieuw leven. Misschien was dat hoe het werkte. De witte poes stond op. Ze rende niet weg van de schaduwen die steeds groter werden als de zon verder zakte, zoals de vorige dagen. Ze richtte haar snuitje naar de zon, haar hele wezen op dat licht gericht. Ze sloot haar ogen wanneer de schaduwen over de top van haar hoofdje gleden, ze voelde het haar verkillen als ze verder naar beneden gleden; over haar gesloten ogen, haar borstkas, haar witte pootjes. Het moment voor ze volledig bedekt werd, werd het warm. Het verwarmde haar. Ze glimlachte, een vredige glimlach, want ze wist dat ze vrij zou zijn. Eindelijk vrij. En wanneer de schaduw de grond voor haar pootjes raakte, verdween ze - ze ontplofte in een waas van witte stof die zachtjes op de grond neerdwarrelde en dan ook wegwaaide. De geesten tussen de bomen zagen haar geest wegwaaien, naar omhoog, terug naar het land van de levenden; terug naar een leven. En in die tocht naar boven, werden haar herinneringen uitgevaagd; al zou het voor altijd bewaard blijven in het tapijt dat de Schikgodinnen weefden, haar levensdraad voor altijd verweven tussen dat van haar familie en haar clan.

http://www.warriorcatsnl.com/t31486-never-tickle-a-sleeping-dragon-kittens

Note: vader was onbekend
Terug naar boven
Permissies van dit forum:
Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum